Robot of arbeidsmigrant?

In de foodsector werken misschien wel de meeste arbeidsmigranten van alle sectoren. Teelten zijn ervan afhankelijk. De buitenlanders, veelal afkomstig uit Centraal- en Oost-Europa, doen werk waar Nederlanders’ hun neus voor ophalen.

Er zijn proeven gedaan waarbij in het Westland veel langdurig werklozen aan het werk gezet werden in de kassen. Na een maand was daar niemand meer van over. Iedereen was weer vertrokken. De arbeidsmigrant doet het werk zonder te mopperen, ook al woont hij in minder goede omstandigheden. Met als beloning de laagste vergoeding die we in dit land kennen.

De landbouwsector heeft ze keihard nodig. In Zuid-Nederland luidde onlangs de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB) de noodklok. De (woon)voorzieningen moeten snel worden verbeterd. De provincie moet aantrekkelijker worden voor arbeidsmigranten, zo schrijft ondernemend Limburg in een brandbrief. Zonder buitenlands personeel gaat het volgens de werkgevers niet lukken het tekort aan werklui op te lossen. Met een spoed wordt een taskforce geëist.

Hoe hard ze ook nodig zijn, in de woonwijken zijn we ze liever kwijt dan rijk. De bevolking loopt te hoop tegen de Polenhotels en de wantoestanden die zich voordoen op recreatieparken (uitpuilende bungalows vol dronken buitenlanders die de sfeer verpesten). Ze moeten maar in de leegstaande stallen gaan wonen, zo wordt geopperd.

Het lijkt erop dat de overheid zijn vingers niet wil branden aan de arbeidsmigrant. Het blijft angstig stil rondom het probleem van de huisvesting. Alsof het wegblijven van deze werkkrachten geen desastreuze gevolgen voor de economie heeft. Dat geldt zeker voor specifieke sectoren en regio’s waar hun aandeel in het aantal banen kan oplopen tot 25%.

Uit een recente studie van SEO Economisch Onderzoek blijkt dat zo’n 5% van alle banen in ons land worden ingevuld door werkkrachten uit Midden- en Oost-Europa. Samen goed voor €11 miljard van het bruto nationaal product.

Volgens het onderzoeksbureau dat gelieerd is aan de Universiteit van Amsterdam zal de behoefte aan extra krachten uit het buitenland alleen maar toenemen. Niet alleen omdat de economie op volle toeren draait maar ook omdat de Nederlandse beroepsbevolking vanaf 2021 krimpt. Met arbeidsmigranten is de beroepsbevolking nog enigszins op peil te houden.

De uitzendsector speelt een belangrijke rol bij de bemiddeling van arbeidsmigranten: bijna de helft van hen vindt werk via een uitzendbureau. Het is dan ook deze sector die de gemeentelijke en provinciale overheden oproepen om samen met uitzendorganisaties en huisvesters werk te maken van speciale huisvesting. Het overgrote deel van de arbeidsmigranten is hier tijdelijk. Tweederde verblijft korter dan vijf jaar in ons land. Hiervoor zijn vooral shortstay-voorzieningen nodig.

Dat er zoveel migranten in de landbouw zitten heeft onder meer te maken met de seizoensarbeid zoals de teelt van asperges, groenten, bloembollen en zacht- en hardfruit. Voor dergelijke oogstwerkzaamheden is het onmogelijk om vaste contracten aan te bieden. Tegelijkertijd is de landbouw een sector waar de automatisering en robotisering enorm snel gaat. Onlangs verkocht Cerescon uit Heeze de eerste selectieve aspergerobot aan een Frans bedrijf. Op het land en in de kas willen we niet werken, zo blijkt, maar we zijn meesters in het uitvinden van landbouwmachines. Nog even en de sector heeft de arbeidsmigrant niet meer nodig. Maar zover is het nog niet. Tot die tijd zullen we de arbeidsmigrant moeten omarmen en een fatsoenlijke plek in onze samenleving moeten geven.