Belasting op arbeid: Nederland in de middenmoot

Het verschil tussen het netto-inkomen dat een werknemer ontvangt en het brutobedrag aan loonkosten is veel te groot. Dat vinden veel werknemers en werkgevers. In vergelijking met andere ontwikkelde landen valt dat verschil best mee, zo blijkt uit recent onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso).

Bij de Oeso zijn 35 landen aangesloten. Jaarlijks onderzoekt de Oeso in al deze landen de ontwikkeling van de loonheffing. Zowel voor alleenstaanden als voor gezinnen met 2 kinderen. Uit dit onderzoek blijkt dat Nederland als het gaat om ‘belasting op arbeid’ op de 18e plaats staat, een plaats hoger dan het vorige onderzoek. 

Loonstijging

Veel gehoord geluid is dat de lonen in ons land achterblijven bij de economische groei. Volgens VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer ontvangen werknemers wel degelijk loonstijgingen, maar door de stijgende belastingdruk blijft daar weinig van over. Hierbij gaat het vooral om de loonheffing die op extra inkomsten wordt geheven. Het kabinet wil dit veranderen. In het regeerakkoord is hiervoor een aanpassing van de inkomstenbelasting aangekondigd. 

1e plaats is voor België 

Op de Oeso-lijst staat België al sinds jaar en dag bovenaan. Ook nu weer. Daarna volgen Duitsland, Italië en Frankrijk.

Ontvang het laatste nieuws vanaf u altijd in uw mailbox

Inschrijven nieuwsbrief